> Recensie NRC Handelsblad | De macht van Facebook

Recensie NRC Handelsblad

'Het avondblad' ging in op het onderdeel 'privacy' en nam er een nieuw idee uit dat ik anderhalf jaar terug ook in De macht van Google al opperde: de privacyportemonnee.

Marc Hijink, techschrijver van NRC Handelsblad, plaatste de recensie ook op zijn onderhoudende weblog. Hij kent Facebook goed, was er recent ook, en schrijft goede artikelen. Hij behoort bij de 80-20- regel tot de 20 procent journalisten die zich voldoende inspant om inhoudelijk kwaliteit te leveren.

Hijink begon (helaas) aan het 'dikke boek' en vergat het 'dunne boek'. Hier treedt een probleem op dat meer de schuld van mij en de uitgever is: het is bij zowel boekhouders als recensenten onvoldoende duidelijke dat de paperback niet dezelfde inhoud bevat dan de hardcover. Het is nogal een verschil: 225.000 om 100.000 woorden.

De 'dikke' is voor professionals. Ik had die beter helemaal niet aan recensenten kunnen toesturen. De meeste kregen beide boeken en logisch dat ze de hardcover gaan lezen als ze de verschillen in inhoud niet zien. Voorhen is het dikke boek te veel van het goede.

Marc Hijink noemde in de krant alleen de hardcover, maar was zo aardig om op zijn blog de paperback er nog even bij te zetten. Hij combineerde de recensie van De macht van Facebook met die van De Digitale Schaduw van Dimitri Tokmetzis. Grappig, ik had dat boek net nauwgezet gelezen en er een mening over die ook positief is maar toch behoorlijk afwijkt van wat Marc schrijft.

De kop boven de gecombineerde recensie luidde: ' Je persoonlijke data als volwaardig betaalmiddel'. In De macht van Google stond deze noviteit al, maar twee jaar later is het nog steeds nieuw. Maar wordt nu ook door de wetenschap opgepakt.

Over het boek verder: "De macht van Facebook verschijnt aan de vooravond van de beursgang van het bedrijf. Het boek is actueel, hoewel de miljardenovername van fotoapplicatie Instagram net buiten de deadline viel. Dat doet echter geen afbreuk aan de gedetailleerde uitleg van het sociale netwerk, vaak met een knipoog en puttend uit eigen ervaringen.

Olsthoorn wil onder meer ontdekken hoe „sluw” Facebook met de privacy van zijn gebruikers omgaat en vuurt in een moordend tempo feiten, cijfers, anekdotes, meningen en achtergrondinformatie op de lezer af. Die moet wel een ervaren Facebook-gebruiker zijn, want er staat geen afbeelding of grafisch overzicht van alle Facebook-onderdelen in het boek. Maar er  is geen Nederlands boek te vinden dat meer informatie bevat over het grootste sociale netwerk ter wereld.

Van de 25 hoofdstukken zijn er 7 gewijd aan de manier waarop Facebook data verzamelt en exploiteert, al dan niet in strijd met de gebruiksvoorwaarden. Maar Facebook-gebruikers hebben vaak geen notie van hun privacy: ze offeren graag eigen gegevens op om de nieuwsgierigheid te bevredigen naar „vriendjes van vroeger en die flirt van een voorbije juniavond”.

Olsthoorn veroordeelt die glurende, ijdele „homo Facebookius” niet. Ook steekt hij zijn bewondering voor Facebook-oprichter Mark Zuckerberg niet onder stoelen of banken. Maar ‘Suikerberg’ moet zijn gebruikers wel meer controle geven over hun Facebook-profielen.

Persoonsgegevens horen een volwaardig betaalmiddel in de aandachtseconomie te zijn: „Privacy moet concrete en vooral bewuste waarde krijgen in commercieel verkeer. Die waarde kun je overdragen. In zo’n model krijgen bedrijven persoonlijke data of toestemming om die te verzamelen, gelimiteerd voor een periode.”

 

Rubrieken: 1